Communicatie
‘In de oncologie draait veel om communicatie. Hoe gaat dit? Hoe gaat dat? Niet alleen de ziekte zelf, maar ook alles eromheen. Hoe gaat het thuis? Wat is haalbaar? Wat wilt u nog? En je kijkt iedere keer weer; hoe kan ik deze patiënt het beste helpen? Samen tegen de ziekte.’ Nick wist al vanaf dat hij vier jaar was al dat hij dokter wilde worden. ‘Ik weet niet precies waarom, misschien omdat ik een gehandicapt broertje heb waardoor ik als kind ook vaak meeging naar het ziekenhuis. Het dienstbare en het zorgen voor anderen zit heel diep vanbinnen.’
Comfortabel bij moeilijke gesprekken
‘Tijdens mijn opleiding merkte ik ook dat als patiënten niet meer beter konden worden, als ze palliatief waren, het me aangreep, maar ook wel aantrok. En dat ik me eigenlijk heel comfortabel voel in moeilijke gesprekken waarin ook veel verdriet komt kijken, terwijl ik praten over koetjes en kalfjes eigenlijk lastiger vind. Ik had vaak het gevoel dat ik er echt voor die patiënt kon zijn, maar dat als ik dan weer naar huis ging ik het ook weer los kon laten en gewoon lekker naar huis ging. Dat was wel een moment dat ik dacht van ja, ik denk dat ik echt wel gemaakt ben voor dit werk.’
In het AVL
Nick kwam een dag meelopen in het AVL en had direct een goed gevoel. ‘Het is kleiner dan ik vooraf dacht en dat maakt het op een gekke manier heel huiselijk. De mensen zijn ook allemaal heel toegankelijk. Ook de bevlogenheid die iedereen heeft, is aanstekelijk. Tegelijkertijd is het topklinisch, waarbij je merkt dat er heel veel onderzoek wordt gedaan en dat je de bevindingen ook direct heel erg toepast in de praktijk. Dus je hebt ook het gevoel dat je mee vooraan loopt in alle ontwikkelingen.’