Waarom heb je gekozen voor een stage psychiatrie in het Antoni van Leeuwenhoek?
“Wat mij direct aansprak, was de unieke context waarin je hier werkt. Het AvL is een gespecialiseerd oncologisch centrum, waardoor je psychiatrische problematiek ziet bij mensen die vaak ook te maken hebben met complexe lichamelijke ziekte.
Je krijgt te maken met allerlei vormen van ziekenhuispsychiatrie, zoals een delier, stemmings- en angststoornissen, suïcidaliteit en copingproblematiek, maar steeds binnen de context van kanker. Ook de psychosociale impact van een kankerdiagnose speelt een belangrijke rol. Dat maakt de casuïstiek heel breed en afwisselend.
Daarnaast vind ik het bijzonder dat je hier kennis kunt maken met CALM, een psychotherapie voor patiënten met gemetastaseerde kanker en hun naasten. Dat je juist in zo’n ingrijpende fase iets kunt betekenen voor de patiënt en zijn of haar naasten, vind ik heel waardevol.
Wat maakt deze stage anders dan een psychiatrische stage elders?
“Het bijzondere is vooral de combinatie van oncologische zorg met een breed scala aan psychiatrische problematiek. Je ziet zowel algemene ziekenhuispsychiatrie als complexe derdelijns casuïstiek.
Daarnaast maak je patiënten mee in verschillende fasen van hun ziekteproces: van de periode waarin iemand net de diagnose heeft gekregen tot de palliatieve fase. Daardoor leer je goed kijken naar wat iemand doormaakt. Is er sprake van een psychiatrische stoornis, of is het een begrijpelijke reactie op een ingrijpende ziekte? Dat onderscheid maken is een belangrijke diagnostische vaardigheid die je hier iedere dag verder ontwikkelt.”
Wat leer je hier dat je later als psychiater goed kunt gebruiken?
“Vooral om echt integraal naar een patiënt te kijken. Je leert voortdurend psychiatrische en somatische factoren met elkaar te verbinden. Binnen de oncologie zie je bijvoorbeeld psychiatrische ziektebeelden die kunnen ontstaan als gevolg van een lichamelijke aandoening of als bijwerking van een behandeling. Dat vraagt om brede diagnostische kennis en goed klinisch redeneren.
Daarnaast werk je nauw samen met oncologen, chirurgen, verpleegkundigen en andere disciplines. Je leert dus niet alleen vanuit je eigen vakgebied te kijken, maar juist het hele plaatje mee te nemen.
Daarnaast heb ik veel geleerd over gespreksvoering rondom existentiële thema’s, het levenseinde en palliatieve zorg. Dat zijn onderwerpen die eigenlijk binnen iedere psychiatrische carrière van grote waarde zijn, maar die je op je andere opleidingsplekken minder vaak tegen komt.”
Je noemde CALM-therapie al. Wat maakt dat bijzonder?
“CALM is een steunend-inzichtgevende psychotherapie voor patiënten met gemetastaseerde kanker en hun naasten. Wat ik er bijzonder aan vind, is dat je met relatief weinig gesprekken soms al een groot verschil kunt maken in hoe iemand met zijn of haar ziekte omgaat.
Juist in een periode die vaak ontzettend zwaar is, kan het heel waardevol zijn om samen stil te staan bij thema’s als zingeving, verlies, relaties, hoop en kwaliteit van leven.
Tijdens de stage kun je hiermee onder begeleiding van ervaren behandelaars kennismaken. Er is groepssupervisie en er zijn zelfs mogelijkheden voor internationale supervisie. Het is daarmee een mooie kans om je psychotherapeutische vaardigheden verder te ontwikkelen in een setting waarin thema’s als zingeving, verlies en kwaliteit van leven zo sterk op de voorgrond staan.”
Werken met ernstig zieke patiënten kan emotioneel belastend zijn. Hoe wordt daarmee omgegaan?
“Daar is binnen het team veel aandacht voor. Het is heel normaal om stil te staan bij de impact die bepaalde casussen op je kunnen hebben. Er is ruimte om ervaringen te bespreken en moeilijke situaties samen te evalueren.
Juist doordat daar open over wordt gesproken, voel je je gesteund. Het helpt je niet alleen om bepaalde situaties beter te verwerken, maar ook om jezelf als professional verder te ontwikkelen.”